Stip Stap: Wat is er met mij aan de hand?

Over somberheid, gedrukte stemming en angst

Wat is een depressie en wat zijn de kenmerken? klik hier

Als er sprake is van een depressie zijn er twee symptomen die altijd optreden:
• De stemming is gedrukt
• Er is geen interesse of plezier meer

De problemen moeten langere tijd aanhouden, dus het moet niet gaan om een tijdelijke dip of dipje. In het algemeen wordt hiervoor 14 dagen achter elkaar aangehouden. Naast de bovengenoemde kernsymptomen,  zijn er verschijnselen die vaak optreden.

Dat zijn: 
• Duidelijke gewichtsverandering
• Slecht slapen of juist veel slapen
• Traagheid en rusteloosheid
• Moeheid en gebrek aan energie
• Minder zelfvertrouwen, schuldgevoelens
• Concentratieverlies en besluiteloosheid
• Terugkerende gedachten aan de dood

 

Deze hoeven niet perse allemaal voor te komen, maar een aantal hiervan zal ook aanwezig zijn.

 

Hoort depressie bij het ouder worden? klik hier

Een depressie hoort niet bij het ouder worden. Depressies komen op alle leeftijden voor. Het algemene beeld is: de meeste ouderen zijn tevreden met hun leven, en kunnen zich goed redden. Ouderen kunnen net als jongeren allerlei psychische problemen krijgen, en als deze worden behandeld, is de kans op genezing even groot als bij jongeren.

Vaak wordt aangenomen dat depressies bij ouderen meer voorkomen, maar dat is niet waar. Het lijkt erop dat ernstige depressies bij ouderen zelfs minder vaak voorkomen dan bij jongeren; de schattingen liggen tussen de 2 en 3% van alle ouderen. Wel hebben ouderen relatief veel te maken met lichtere depressieve klachten. Gemiddeld genomen heeft ongeveer 10% van de oudere mannen en 20% van de oudere vrouwen te kampen met depressieve klachten.

Er is geen duidelijk verband tussen leeftijd en de kans op een depressie. Wel komen bij het ouder worden relatief veel ingrijpende gebeurtenissen voor, die een rol kunnen spelen in het ontstaan van een depressie.

Bij ouderen tussen de 65 en de 80 jaar blijken depressies (zowel ernstige als de lichte) de meest voorkomende psychiatrische stoornis te zijn, maar ook dat is niet anders dan bij jongeren. Boven de 80 jaar komen problemen rondom dementie het meest voor.

Opvallend is dat zich onder ouderen die een beroep doen op de thuiszorg relatief veel depressieve ouderen bevinden. De onderzoekers Bisscheroux en Frederiks vonden bij ouderen die een beroep doen op de thuiszorg tweemaal zoveel depressieve klachten, dan bij ouderen die hier geen gebruik van maken (33 versus 18%).

 

Is een depressie in een vroeg stadium gemakkelijk te herkennen? klik hier

Een depressie is meestal moeilijk te herkennen. Depressies kunnen zich op heel verschillende manieren uiten. Meestal is er sprake van een sombere stemming, die niet vanzelf overgaat. Sommige mensen huilen veel, anderen zijn juist helemaal niet in staat om te huilen, voelen zich geblokkeerd, of voelen juist helemaal niets. Daarnaast hebben depressieve mensen vaak geen plezier meer in bezigheden en activiteiten, waarin men eerst wel plezier had. Ze kunnen nergens meer van genieten. Dit kan zich uiten in sociaal teruggetrokken gedrag (gordijnen dicht houden) of (zelf)verwaarlozing.

Daarnaast kunnen bij een depressie nog allerlei andere verschijnselen voorkomen:

 

  • Te veel of juist te weinig eten, en veranderingen in gewicht (die niet aan een dieet zijn toe te schrijven)
  • Slaapstoornissen (bijvoorbeeld ’s morgens vroeg wakker worden)
  • Onrust (het onvermogen om stil te zitten, voortdurend in de handenwrijven) of
  • Remming (tragische bewegingen, zwijgzaamheid)
  • Verlies van energie of vermoeidheid (weinig ondernemen)
  • Gevoelens van waardeloosheid, schuldgevoelens of zelfverwijt
  • Moeilijkheden met het geheugen of met concentreren, besluiteloosheid
  • Terugkerende gedachten over de dood, de wens om dood te gaan, pogingen tot suïcide

 

Bij ouderen is deze combinatie  van verschijnselen lang niet altijd even duidelijk terug te vinden. Vaak zijn er andere symptomen, die herkenning van moeilijker maken:

Bij ouderen kunnen de symptomen van een depressie overdekt worden door lichamelijke klachten, zoals pijn in de borststreek, benauwdheid, hoofdpijn, buikpijn, een opgeblazen gevoel in de buik, duizeligheid of een algeheel malaisegevoel. Vooral wanneer deze klachten zich ‘s morgens voordoen, moet een depressie als mogelijkheid worden overwogen.

Ouderen ontkennen soms een depressieve stemming. Het gedrag is vaak      meerzeggend dan de uitspraken: zelfverwaarlozing op het gebied van uiterlijk, zindelijkheid, eten en drinken, het niet langer volbrengen van dagelijkse  bezigheden, zichzelf isoleren van anderen.
Bij ouderen is de depressieve stemming dus vaak minder duidelijk aanwezig dan bij depressieve jongeren, evenals bijvoorbeeld schuldgevoelens. Daarentegen zijn het verlies van energie en de slapeloosheid weer veelvuldiger aanwezig.

De achteruitgang van het geheugen en concentratiestoornissen die soms met een depressie gepaard gaan kunnen ertoe leiden dat de depressie ten onrechte wordt aangezien voor een beginnende dementie.

Een depressie kan ook worden aangezien voor rouw. Als er sprake is van een duidelijke verliessituatie, zoals een ernstige lichamelijke ziekte of het verlies van een dierbare, concludeert de omgeving vaak dat de depressieve verschijnselen een normale reactie zijn op deze gebeurtenissen.

Er zijn ook enkele overeenkomsten te zien tussen sommige symptomen van  depressie en normale verouderingsverschijnselen, zoals: een lager energieniveau, vertraging in het reageren, het bezig zijn met de dood en de eigen eindigheid, het afnemen van sociale contacten.

Tot slot kan er sprake zijn van vooroordelen over ouderen (‘Depressie hoort nu eenmaal bij de oude dag’).

Depressies bij ouderen worden slecht en vaak pas laat herkend.
Depressie is een van de meest gemiste diagnoses bij ouderen.

 

Hoe ontstaan depressies?

Er kunnen verschillende oorzaken voor een depressie zijn.
Een depressie kan ontstaan na een ingrijpende gebeurtenis in iemands leven, zowel een gewenste als een ongewenste. Depressies zijn vaak een reactie op verliessituaties. Verlies van een geliefd persoon, of van werk of gezondheid wordt veel genoemd als aanleiding. Maar ook een gewenste verandering kan tevens een verlies inhouden: bijvoorbeeld het verhuizen naar een kleiner huis betekent ook afscheid nemen van de vertrouwde omgeving en van een manier van leven die soms tientallen jaren heeft geduurd. Ook al heeft het lang geduurd en is men blij dat het zover is, toch kan daarna een rouwperiode beginnen. Gevoelens van neerslachtigheid of lusteloosheid kunnen daarbij voorkomen. Verdriet, maar ook heel erg verdriet wordt na verloop van tijd minder. Soms kan verdriet overgaan in een depressie; dit hangt af van welke andere factoren mede in het spel zijn. Soms lijkt het alsof een depressie zomaar ‘uit het niets’ ontstaat: de aanleiding is dan niet direct duidelijk. Vaak  blijkt bij verder doorvragen dat de oudere toch recentelijk wel een of andere verlieservaring heef ondervonden.

 

Welke andere factoren spelen een rol bij depressies?

Allerlei verschillende factoren kunnen van invloed zijn:
1. Vermoedelijk is lichamelijke ziekte of invaliditeit een van de belangrijkste risicofactoren voor het ontstaan van depressie op oudere leeftijd. Dit geldt overigens ook voor andere leeftijden, maar doordat ouderen relatief veel met ziekte of handicap geconfronteerd worden komt deze combinatie veel voor.

2.  Erfelijke factoren kunnen eveneens een rol spelen; in sommige families komt depressie meer voor dan in andere. Dat wil dan niet zeggen dat iedereen in die familie een depressie ontwikkelt, en ook niet dat iemand in wiens familie depressie niet voorkomt het niet zou kunnen krijgen.

3. Een kwetsbare persoonlijkheid wordt als de belangrijkste risicofactor voor het ontwikkelen van een depressie op oudere leeftijd beschouwd

 

Wat is de oorzaak van een depressie?

ijna alle auteurs zijn het erover eens dat depressies door verschillende op elkaar inwerkende oorzaken ontstaan. Het is van belang hoe de persoon op deze omstandigheden reageert: vele ouderen maken verliessituaties mee en een aanzienlijk aantal van hen wordt niet depressief. De persoonlijkheid en de manier waarom iemand in het verleden met verliessituaties is omgegaan, is medebepalend voor hoe de oudere op latere leeftijd reageert. Het lijkt er ook op dat bij een voorgeschiedenis van depressieve perioden de kans om later depressief te worden groter is.
Naast een aantal risicofactoren blijken er twee factoren te zijn die ouderen kunnen beschermen tegen depressies: een ondersteunend sociaal netwerk (de aanwezigheid van steunende relaties met familieleden en vrienden) en deelname aan maatschappelijke netwerken, zoals het actief zijn in een vrijwilligersorganisatie of religieuze betrokkenheid

 

Welke groepen mensen lopen meer risico een depressie te ontwikkelen dan anderen?

Tussen alle genoemde groepen bestaan verschillen in de kans op het krijgen van een depressie.
Alleenstaanden lopen meer risico op een depressie dan samenwonenden. Dit geldt niet alleen voor depressie, maar ook voor gezondheidsproblemen in het algemeen: de afwezigheid van een vertrouwenspersoon is een belangrijke sociale risicofactor. Sociale steun van de omgeving is met name belangrijk op het moment dat iemand met ingrijpende verlieservaringen wordt geconfronteerd. Mensen met een lage sociaal-economische status ontwikkelen relatief veel depressies.
Vrouwen hebben overal ter wereld en op alle leeftijden twee maal zoveel kans om depressief te worden dan mannen.
Voorts is van belang te benadrukken dat verhoudingsgewijs het aantal oudere
migranten met depressieve klachten groter is dan bij Nederlanders. Bij oudere migranten kan er sprake zijn van een opeenhoping van problemen (en evenzo vele risicofactoren voor depressies) op het gebied van bijvoorbeeld: huisvesting, financiën,werkgelegenheid, rechtspositie, verblijfsrechtelijke positie. Oudere migranten zijn veelal lichamelijk ‘versleten’ (‘vroeg oud’) ten gevolge van de zware werkomstandigheden, de stress van het migreren en migrant zijn, de ontheemding, het verdriet over verbroken contacten, het dilemma van terug gaan naar het geboorteland of hier blijven. Bij oudere migranten, die van oudsher gemeenschapsmensen zijn (de zogenaamde ‘wij-cultuur’), kan sociaal isolement nog zwaarder wegen.

 

Als mensen over suïcide praten, doen ze het dan ook?

Mensen die over suïcide praten of ermee dreigen, moeten altijd serieus genomen worden. Het is een fabeltje dat mensen die over zelfdoding praten of ermee dreigen, dit niet zouden doen. Suïcide is in veel gevallen het drastische gevolg van een niet onderkende depressie, en de daaruit voortvloeiende sociale isolatie. Bij ouderen komen in verhouding de meeste suïcides voor: ongeveer een derde van alle gevallen van zelfdoding wordt door ouderen gepleegd, terwijl 65+ers ongeveer 13% van de bevolking uitmaken. Waarschijnlijk zijn het er zelfs meer, omdat lang niet alle zelfdodingen bij ouderen als zodanig worden onderkend.

Ouderen hebben in vergelijking met jongere mensen een veel grotere intentie om dood te gaan en ze gebruiken vaak hardere methodes: de verhouding tussen het aantal suïcidepogingen en het aantal ‘geslaagde’ suïcides (met dodelijke afloop), in het algemeen geschat op 10:1, ligt bij ouderen op 4:1.

Voor alle leeftijdsgroepen geldt dat mannen meer suïcides plegen dan vrouwen. Mannen boven de 70 jaar tweemaal zoveel als vrouwen; depressieve oudere mannen zelfs vier keer zoveel als depressieve oudere vrouwen. Met name gescheiden en verweduwde oudere mannen vormen een risicogroep. Het is van groot belang bij een vermoeden van zelfdoding ter sprake te brengen of iemand wel eens overweegt een einde aan zijn/haar leven te maken. Hiermee wordt de eenzaamheid rond deze gedachte doorbroken. Gedachten aan zelfdoding zijn een indicatie om iemand te motiveren voor verdere hulp (Riagg Stad Utrecht, 1998).

 

Wat is het verschil tussen dementie en depressie?

Het onderscheid tussen depressie en dementie is niet altijd makkelijk te onderscheiden. Het kan namelijk om vijf verschillende toestanden gaan:

  1. Depressie
  2. Depressie met verschijnselen van dementie
  3. Depressie en dementie
  4. Dementie met verschijnselen van depressie
  5. Dementie

Met name in de beginfase van dementering kunnen depressies voorkomen. Sommige onderzoeken wijzen in de richting van 20% bij de ziekte van Alzheimer en 25% bij vasculaire dementie. Het kan gaan om een depressieve reactie wanneer de oudere zich realiseert dat hij aan dementie lijdt, maar er komen ook steeds meer aanwijzingen dat veranderingen in de hersenen ten gevolge van Alzheimer of ten gevolge van infarcten ook een rol spelen in het ontstaan van een depressie.

Veel verschijnselen kunnen zowel op dementie als op een depressie wijzen: concentratiestoornissen, geheugenproblemen, oriëntatieproblemen, apathie, zich terugtrekken uit sociale activiteiten, een depressieve stemming en slaapproblemen, geremdheid van denken en handelen, angst en gevoelens van hulpeloosheid komen bij beide aandoeningen voor. Door verder te vragen bij de oudere zelf en bij zijn familie en door zelf goed te observeren zal duidelijk moeten worden wat er aan de hand is.
Een sluipend begin met verschijnselen die (achteraf bezien) al ten minste enkele jaren bestaan, past het meest bij een dementiesyndroom. Bij een depressie bestaan de klachten meestal korter en is het moment waarop ze begonnen zijn redelijk duidelijk. Een depressieve oudere heeft door aandacht- en concentratieproblemen grote moeite om iets in zijn geheugen op te nemen, maar ook om herinneringen van vroeger die al zijn opgeslagen, weer terug te halen. Het lijkt er vooral op dat de oudere geen energie meer heeft om zijn geheugensysteem nog te laten functioneren.
Bij een dementiesyndroom heeft de oudere aanvankelijk vooral moeite om nieuwe informatie in het geheugen op te slaan. Herinneringen van vroeger blijven relatief langer intact. De geheugenproblemen bij een dementiesyndroom worden het meest duidelijk wanneer de oudere zijn best doet zijn geheugen te gebruiken, maar desondanks de herinneringen niet terugkrijgt. Goede observatie van de zelfverzorging en verschillende normale dagelijkse handelingen kan aanwijzingen opleveren. Een depressieve oudere is hierin vaak nalatig, maar weet hoe hij de handelingen moet uitvoeren. Een oudere met een dementiesyndroom laat die handelingen ook vaak na, maar als hij het probeert, heeft hij er vaak moeite mee de handelingen goed uit te voeren. Als het primair gaat om een depressie, kan in uitzonderlijke situaties (bijvoorbeeld in noodgevallen) ineens blijken dat de geheugenfunctie nog intact is.

In het onderstaande schema staat het onderscheid tussen depressies en dementie beschreven:

 

Depressie

Dementie

Redelijk duidelijk afgebakend begin

Sluipend begin

Symptomen korter dan een half jaar

Symptomen (achteraf bezien) sinds 2-4 jaar

Apathie en interesseverlies zijn voorafgegaan aan de geheugenproblemen

Geheugenproblemen gaan vooraf aan apathie

Stemming gedrukt / weinig emoties

Stemming is labiel / wisselende emoties

Al eerder een depressie doorgemaakt

Geen eerdere depressies

Depressies in de familie

Geen depressies in de familie

Is zich bewust van zijn ziekte

Beperkt of geen ziekte-inzicht

Klagen over tekortkomingen

Klagen afwezig

Schuldgevoel komt regelmatig voor

Schuldgevoelens zeldzaam

’s Morgens meestal klachten

Onrust vooral ’s nachts

De oudere klaagt zelf over slaapproblemen

Anderen klagen over slechte nachtrust

De oudere heeft geen interesse in zelfzorg

De oudere maakt fouten in de zelfzorg

De oudere maakt geen taalfouten

Regelmatig taalfouten

De oudere is niet te motiveren tot rekenen

Maakt rekenfouten

De oudere herkent / onthoudt namen van nieuwe gezichten

Vergeet nieuwe gezichten

Hoe vaak komt een depressie voor?

Het vóórkomen van depressies bij ouderen:
Ernstige depressie:

  • -2 tot 3% van alle ouderen
  • -11% van alle verzorgingshuisbewoners

Depressieve klachten:

  • -10% van de oudere mannen
  • -20% van de oudere vrouwen
  • -40% van alle verzorgingshuisbewoners

Ouderen die een beroep doen op thuiszorg:

  • -33% heeft depressieve klachten

Ouder worden en depressie; Een voorbeeld

Mevrouw de Blank is 79 jaar, en haar hele leven actief geweest. Ze bekleedde allerlei bestuursfuncties en ze kon prachtige aquarellen schilderen. Vijf jaar geleden is haar man overleden. Dat was een zware tijd, maar ze krabbelde langzamerhand weer uit het dal omhoog. Sinds enige tijd gaat het echter niet zo goed met haar. Ze komt nergens meer toe, is gauw vermoeid en kan zich moeilijk concentreren. ’s Nachts slaapt ze onrustig en het laatste half jaar is ze een stuk magerder geworden. Ze heeft voortdurend een opgeblazen gevoel in de buik, en is soms duizelig. Ze voelt zich regelmatig eenzaam. Heeft mevrouw de Blank misschien last van een depressie?

Depressies komen op alle leeftijden voor, dus ook bij ouderen. Vaak wordt aangenomen dat depressies bij ouderen meer voorkomen, maar dat is niet waar. Het lijkt erop dat ernstige depressies bij ouderen zelfs minder vaak voorkomen dan bij jongeren; de schattingen liggen rond de 3% van alle ouderen. Wel hebben ouderen relatief veel te maken met lichtere depressieve klachten. Gemiddeld genomen heeft ongeveer 10% van de oudere mannen en 20% van de oudere vrouwen te kampen met depressieve klachten.

Depressies kunnen zich op heel verschillende manieren uiten. Meestal is er sprake van een sombere stemming, die niet vanzelf overgaat. Sommige mensen huilen veel, anderen zijn juist helemaal niet in staat om te huilen, voelen zich geblokkeerd, of voelen juist helemaal niets. Daarnaast hebben depressieve mensen vaak geen plezier meer in bezigheden en activiteiten, waarin men eerst wel plezier had. Ze kunnen nergens meer van genieten. Soms trekken ze zich terug, houden bijvoorbeeld de gordijnen dicht, of ze  verwaarlozen zich zelf. Ze zijn vaak mat en gelaten.

Stemmingswisselingen zijn heel normaal, zeker wanneer er sprake is van verlies op latere leeftijd, zoals het verlies van een dierbare. Na verloop van tijd verwacht je echter dat de oudere weer activiteiten gaat ondernemen en dat het plezier in het leven terug komt. Als dat niet het geval is, is er wat aan de hand, en moet u zich zorgen maken. Neem in dat geval contact op met uw huisarts of met de ouderenadviseur in uw gemeente om te onderzoeken wat er aan de hand is en welke mogelijkheden er zijn in deze situatie.

De behandeling van depressie op latere leeftijd is over het algemeen effectief. Soms worden er medicijnen verstrekt, soms worden er gesprekken gevoerd of gaat het om een combinatie van beide. Depressie hoort beslist niet bij het ouder worden. Verreweg de meeste ouderen worden gezond oud.

Mevrouw de Blank is met hulp van een buurvrouw bij de huisarts terecht gekomen. Die heeft haar doorverwezen naar een sociaal psychiatrisch verpleegkundige die in de huisartsenpraktijk spreekuur heeft. Zij vroeg of mevrouw de Blank mee wilde doen aan een cursus “In de Put Uit de Put” voor ouderen. Dat heeft ze gedaan en inmiddels gaat het weer een stuk beter met mevrouw de Blank. Haar depressieve klachten zijn verdwenen en ze heeft het schilderen weer opgepakt. Binnenkort is er een expositie van haar werk in de plaatselijke kerk.

 

 

PLAATJE